Dit gebaar is een reactie op het recente geweld tegen lhbti+-ers in Eindhoven en Groningen. Met de regenboogvlag laten wij zien dat wij om deze groep heen staan, aldus Sanne de Bruijne in haar verdediging van het voorstel.

De bijval voor ons voorstel om op deze wijze solidariteit te betonen aan lhbti+-ers, kwam als een verrassing. Want eerdere pleidooien van GroenLinks om werk te maken van lhbti+-beleid stuitten op onwil bij de coalitiepartijen.

Deze voorgeschiedenis kwam nu mooi uit. Toen een VVD’er betoogde dat het hijsen van de regenboogvlag slechts een symbolische actie was, wees Sanne erop dat eerdere oproepen van GroenLinks om beleidsmaatregelen voor lhbti+-ers te bedenken of in kaart te brengen, geen enkele suggestie vanuit de coalitie hebben opgeleverd.

Ook de portefeuillehouder voor het vlaggenbeleid, de burgemeester, toonde zich weinig enthousiast voor het voorstel. Hij ontraadde het na een uiteenzetting over het vlaggenprotocol van IJsselstein, waarin hij uitlegde dat er slechts zelden werd gekozen voor incidenteel vlaggen – de laatste keer was de Oekraïense vlag, n.a.v. de inval van Rusland. In de recente geweldsincidenten tegen lhbti+-ers, hoe afkeurenswaardig ook, zag hij geen aanleiding om af te wijken van het terughoudend beleid voor incidenteel vlaggen.

Of het nu vooral kwam door de overtuigingskracht van Sanne of door het opspelend geweten van enkele leden van de coalitiepartijen, bij de stemming over het voorstel bleek er een meerderheid voor te zijn. En zo werd de raadsvergadering van 13 april een van de zeldzame keren dat de grootste coalitiepartijen – VVD en LDIJ  – verdeeld stemden over een voorstel vanuit de oppositie. Wij zijn blij met deze bijval voor ons voorstel, al stemt de aanleiding verdrietig.