Het college zet in plaats daarvan in op een bewonersadviesplatform. Het gaat hierbij om “een manier van werken die zich richt op alle wijken en alle inwoners van IJsselstein, en waarbij gemeente, bewoners en instellingen samen werken aan vraagstukken en kansen van een gebied, met als doel een positieve bijdrage aan het leefklimaat in IJsselstein.“
Onderzoek
Het wijkgericht werken, waarin de gemeente samen met Pulse en de bewonersgroepen werkt aan de verbetering van het leefklimaat in de wijken, is al jaren een bron van zorg. Om niet te zeggen: het functioneert niet. De rekenkamercommissie van de gemeente heeft het wijkgericht werken door de jaren heen herhaaldelijk onderzocht. In haar laatste rapport, uit januari 2020, kwam de commissie tot een duidelijk oordeel: het moet echt anders.
Uit het rapport blijkt dat geen van de drie partijen die samenwerken in het wijkgericht werken tevreden was over hoe de zaken liepen. Pulse meldde dat haar rol en bevoegdheden onduidelijk waren; de bewonersgroepen voelden zich niet gehoord door de gemeente; de gemeente had er last van dat het wijkgericht werken niet goed liep. Deze problemen zijn voor een belangrijk deel veroorzaakt door het ontbreken van een regierol, stelt de rekenkamercommissie in haar rapport.
Het rapport geeft ook aanbevelingen voor een herstart van het wijkgericht werken, namelijk 1. Maak gebruik van recente ervaringen en gebruik de succesverhalen voor een kansrijke start, 2. kies duidelijk voor een bepaalde variant van wijkgericht werken en 3. wees als gemeente ook zicht- en aanspreekbaar. GroenLinks is van oordeel dat geen van deze aanbevelingen helemaal is overgenomen in de notitie Wijkgericht werken 2021.
Aanbevelingen slechts gedeeltelijk opgevolgd
In ons betoog gingen we per aanbeveling na hoe het college het advies van de rekenkamercommissie heeft opgevolgd.
1. Maak gebruik van recente ervaringen en gebruik de succesverhalen voor een kansrijke herstart. Hier is volgens ons niet echt sprake van. De bewonersgroepen, de enige die met succes hebben gewerkt, krijgen een bijrol in het plan.
2. Kies duidelijk voor een variant. Dit is ook niet echt gebeurd. In het rapport worden drie varianten beschreven. Het college zegt in de notitie dat het voor variant A is gegaan. Deze variant houdt in dat de gemeente samenwerkt met bewoners vanuit de eigen afdelingen van de gemeente, de domeinen. Afhankelijk van het onderwerp dat speelt in een wijk of in de wijken, zal een ambtenaar van veiligheid, ruimte of een ander domein het initiatief nemen. Bij variant A hoort ook het werken met wijkplatforms, oftewel een soort van bewonersgroepen. Het college heeft dit laatste kenmerk niet overgenomen. Het koos in plaats daarvan voor een stadsbreed bewonersadviesplatform. Onze conclusie: het gaat hier niet om wijkgericht werken, maar om een variant A-min.
3. Wees zicht- en aanspreekbaar. Het bewonersadviesplatform zal bestaan uit twee vertegenwoordigers per wijk, wat betekent dat er acht wijkvertegenwoordigers in totaal zullen zijn. Maar het adviesplatform is niet een ‘formeel’ orgaan, stelt de notitie. En de leden zullen alleen maar advies mogen geven over hoe de burgerparticipatie eruit moet zien. Dit advies heeft geen formele status, dus het is onzeker hoeveel gewicht het in de schaal zal leggen. Is dit wijkgericht werken? En hoe kun je als gemeente zicht- en aanspreekbaar zijn als het bewonersadviesplatform steeds met een andere ambtenaar te maken heeft?
Einde van het wijkgericht werken?
GroenLinks vindt: met de mededeling dat je je op alle inwoners richt, zeg je nog niet dat je de inwoners serieus neemt. Wij vinden dat het bewonersadviesplatform niets te maken heeft met wijkgericht werken. Op papier is het een participatieplatform, maar het bewonersadviesplatform gaat ook niet echt participeren. Als het college de bewoners echt serieus had willen nemen, dan had het gekozen voor variant B (wijkregisseur) of C (meer zeggenschap aan de wijken zelf).
Meer oppositiepartijen zetten stevige kanttekeningen bij de notitie Wijkgericht werken 2021. De vraag of de gemeente in de nieuwe opzet wel beter zal communiceren met inwoners, werd meer dan eens gesteld. De PvdA diende een voorstel in om een duidelijke variant te kiezen, de ChristenUnie stelde onder meer voor de titel te vervangen door ‘Bewonersparticipatie en wijkbewust werken’, het CDA probeerde het college de wijken in te krijgen met een verzoek om een jaarlijkse wijkschouw. GroenLinks ondersteunde alle voorstellen van de oppositie. Alleen de naamsverandering van de CU haalde het.
Omdat wij op voorhand hadden ingeschat dat het voorstel van de PvdA voor een andere werkwijze het niet zou halen, dienden wij zelf een voorstel in om het werken met het bewonersadviesplatform over een jaar te evalueren. Wij kregen een duidelijke toezegging van de wethouder dat er over twee jaar geëvalueerd zou gaan worden. Daar zijn we blij mee, want zo’n evaluatie geeft een handvat om straks, mocht dat nodig blijken, alsnog met echt wijkgericht werken te kunnen beginnen. Bovendien zijn er tegen die tijd weer gemeenteverkiezingen geweest en heeft het college mogelijk een andere signatuur. Er is dus hoop voor onze wijkbewoners.